De verschillende competentiegerichte doelen worden beoordeeld via opdrachten (zie werkstukken, presentaties, organisaties waarin de student aantoont dat hij/zij de inhoud en vaardigheden zelfstandig en in wisselende situaties met toenemende complexiteit kan toepassen door voor:
1 De leerkracht als inhoudelijk expert.
A. Via vakliteratuur de leerinhouden van het SO te actualiseren en te verwerken vanuit andere invalshoeken dan de leerboeken SO
B. Integreren van evaluatiecriteria in een opdracht en aandacht te hebben voor zelfevaluatie teneinde hiaten in eigen vakdeskundigheid te detecteren en aan te vullen.
C. De nodige initiatieven te nemen om op schoolniveau didactisch waardevolle en vernieuwende activiteiten en aanpakken (w.o. geodropping - geocaching - geo-kwis-geografisch relevant educatief spel- 'on-line netwerktools', 'STEM','vakoverschrijdend samenwerken vanuit het nieuwe geïntegreerde leerplan Natuur, Ruimte en Techniek', 'CLIL', 'systeemdenken', binnenklasdifferentiatie, virtuele 3D-excursies e.a) te organiseren om de aardrijkskundige vaardigheden te toetsen aan reële situaties.
2 De leerkracht als organisator.
A. De nodige initiatieven te nemen om op schoolniveau didactisch waardevolle en vernieuwende activiteiten en aanpakken (w.o geodropping - geocaching - geo-kwis-geografisch relevant educatief spel- 'on-line netwerktools', 'STEM','vakoverschrijdend samenwerken vanuit het nieuwe geïntegreerde leerplan Natuur, Ruimte en Techniek', 'CLIL', 'systeemdenken', binnenklasdifferentiatie, virtuele 3D-excursies e.a) te organiseren om de aardrijkskundige vaardigheden te toetsen aan reële situaties.
3 De leerkracht als innovator/ onderzoeker.
A. Netwerkleren te implementeren in een didactische activiteit met gebruik van creatieve werkvormen voor de medestudenten.
B. Via vakgebonden software aardrijkskundige gegevens te onderzoeken en cartografisch voor te stellen.
C. Vaardigheden te ontwikkelen in Smartboard(software), voor iPad en tablet ten einde deze nieuwe media functioneel te integreren in de eigen lespraktijk.
D. De nodige initiatieven te nemen om op schoolniveau didactisch waardevolle en vernieuwende activiteiten en aanpakken (w.o geodropping - geocaching - geo-kwis-geografisch relevant educatief spel- 'on-line netwerktools', 'STEM','vakoverschrijdend samenwerken vanuit het nieuwe geïntegreerde leerplan Natuur, Ruimte en Techniek', 'CLIL', 'systeemdenken', binnenklasdifferentiatie, virtuele 3D-excursies e.a) te organiseren om de aardrijkskundige vaardigheden te toetsen aan reële situaties.
4 De leerkracht als partner van externen.
A. De nodige initiatieven te nemen om op schoolniveau didactisch waardevolle en vernieuwende activiteiten en aanpakken (w.o geodropping - geocaching - geo-kwis-geografisch relevant educatief spel- 'on-line netwerktools', 'STEM', 'vakoverschrijdend samenwerken vanuit het nieuwe geïntegreerde leerplan Natuur, Ruimte en Techniek', CLIL', 'systeemdenken', binnenklasdifferentiatie, virtuele 3D-excursies e.a) te organiseren om de aardrijkskundige vaardigheden te toetsen aan reële situaties.
B. Constructief samen te werken in team, afspraken te maken en na te leven en verantwoordelijkheid te nemen om deze vaardigheden bij eerste contacten met de directie, (vak)mentoren en (vak)collega's in een school nuttig te kunnen aanwenden.
5. De leerkracht als lid van een schoolteam.
A. Op constructieve wijze deel te nemen aan groepsbijeenkomsten, constructief samen te werken en een taakverdeling te overleggen in het team, afspraken te maken en na te leven, actief te participeren aan het groepsgebeuren, verantwoordelijkheid te nemen, te reflecteren over en te bespreken van eigen inbreng en deze van groepsleden, de eigen (inhoudelijke, pedagogische en didactische) projectopdrachten en aanpak in team bespreekbaar te maken en feedback te integreren in het eigen handelen om deze vaardigheden in de latere beroepspraktijk nuttig te kunnen aanwenden bv. bij een vakgroepoverleg.
6 De leerkracht als cultuurparticipant.
A. De nodige initiatieven te nemen om te participeren in de mogelijkheden die zich vanuit het werkveld aandienen (zoals excursies, gelegenheidstentoonstellingen, lezingen, …) om via verslaggeving kennis te delen met medestudenten.
Project rond STEM
• studenten krijgen in toenemende mate zin in, zijn verwonderd over, hebben passie voor, zijn nieuwsgierig naar de reële fysische wereld (STEM- wereld).
• studenten hebben inzicht op eigen niveau in STEM inhouden: inzicht in de fundamentele concepten van elke discipline onder STEM en inzicht in de connectie tussen de verschillende disciplines.
• studenten kunnen bovenstaande inzichten toepassen op een reële casus om te komen tot een eerste brainstorm die hen op weg helpt om problemen op te lossen en nieuwe producten en processen te creëren.
• studenten kunnen wetenschap en techniek (STEM) ontdekken en zien in de reële wereld rondom hen.
Deelproject rond ‘Natuur, ruimte en techniek’
De studenten kunnen
- doelgericht werken met het leerplan 'Natuur, ruimte en techniek',
- in groepsverband didactisch materiaal ontwikkelen over een vakoverstijgend thema,
- doelgericht samenwerken met een multidisciplinaire studentengroep.