Academiejaar
2024-25
Komt voor in:
- Educatieve bachelor in het secundair onderwijs, trajectschijf 2
Dit is een enkelvoudig opleidingsonderdeel.
Studieomvang:
6 studiepunten
Omschrijving volgtijdelijkheid
Op dit opleidingsonderdeel is er geen volgtijdelijkheid van toepassing.
Totale studietijd: 162,00 uren
Mogelijke grensdata voor leerkrediet: 01.12.2024 (georganiseerd in semester 1)
Dit opleidingsonderdeel wordt gequoteerd op 20 (tot op een geheel getal).
Tweede examenkans: wel mogelijk.
Men kan dit opleidingsonderdeel niet volgen binnen een
- creditcontract.
- examencontract (met het oog op het behalen van een creditbewijs).
- examencontract (met het oog op het behalen van een diploma).
Coördinator: Coppenholle Joris
Andere docenten: Herreman Matthias, Vandenbroele Lies
Taalvak: Nee
Onderwijstalen: Nederlands
Kalender: Semester 3
Leerresultaten en -doelen (lijst)
| Code | Omschrijving | Niveau | Categorie |
| OSO/LR03 | De Bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs beheerst de domeinspecifieke vakinhoudelijke en vakdidactische (basis)kennis, vertaalt deze op een gestructureerde, kritische en creatieve manier in het Standaardnederlands naar leerlingen en integreert ICT-toepassingen. Hij ontwikkelt een attitude van levenslang leren. | 2 | BS |
| OSO/LR04 | De Bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs creëert een efficiënte en stimulerende werk- en leeromgeving naar aanpak, tijd en ruimte en gaat correct om met administratieve taken. | 2 | BG |
| OSO/LR05 | De Bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs ontwikkelt praktijkgerichte onderzoeksvaardigheden, is op de hoogte van en integreert vernieuwende tendensen binnen het vakdomein, reflecteert kritisch op zijn eigen functioneren en stuurt zichzelf bij. | 2 | BS |
| OSO/LR07 | De Bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs functioneert teamgericht en maakt de eigen pedagogische en (vak)didactische aanpak bespreekbaar. Hij neemt in het schoolteam mee de verantwoordelijkheid voor de realisatie van het pedagogisch project en ontwikkelt ondernemingszin. | 2 | BS |
Omschrijving Doelstellingen
De doelstellingen van 'Vakstudie aardrijkskunde 3' (AL) sluiten aan bij de volgende basiscompetenties:
1. De leraar als inhoudelijk expert
Landbouwgeografie:
- de factoren die temperatuur en neerslag op aarde bepalen linken aan klimatologische teeltgrenzen om van daaruit zowel historische als actuele gebeurtenissen i.v.m. landbouw te verklaren;
- de invloed van gemorfologische factoren op het landbouwlandschap herkennen en de invloed van de landbouw als reliëfvormende factor beschrijven en verklaren;
- met kaartanalyse de verschillende landbouwgewassen herkennen en vanuit de waarneming van de kenmerken de link leggen met hun herkomst uit de vegetatiezones;
- nagaan hoe technische aspecten van landbouw het uitzicht van het landbouwlandschap mede bepalen en oplossingen bieden voor de uitdagingen van de natuur;
- de principes van het model van Van Thünen aanwenden om al te fysische deterministische verklaringen van agrarisch bodemgebruik te weerleggen;
- als synthese de wereldlandbouwregio’s op een ontwikkelingsas kunnen plaatsen om een mentale wereldkaart van de landbouw op te bouwen.
Industriegeografie:
- nagaan hoe technische aspecten van de industrie de lokalisatie van typische industrietakken verklaren en via toepassingen de huidige (de)lokalisaties duiden;
- principes vanuit de verschillende lokalisatietheorieën aanwenden om de standplaats van een industriële activiteit te voorspellen of te verklaren;
- de veranderingen in economische en industriële processen aanwenden om de verschuivingen in lokalisatie van de industrie te verklaren;
- de beeldvorming over industrie nuanceren vanuit de huidige kenmerken van netwerkeconomie, flexibele werkwijzen en globalisering;
- als synthese de wereldindustrie-gebieden op een ontwikkelingsas kunnen plaatsen om een mentale wereldkaart van de industrie op te bouwen;
- met Excel correlaties tussen verschillende variabelen voorstellen en interpreteren om relaties tussen industrialisering en maatschappelijk evolutie te verduidelijken;
- grafische voorstellingen maken om ideale transportroutes te ontwerpen in diverse geografische omstandigheden.
Toeristische geografie:
- via grafieken uit het jaarlijks UNWTO-rapport de grote tendensen van het wereldtoerisme beschrijven en beïnvloedende factoren ontdekken;
- uitgaande van toeristische brochures een typologie opmaken van landen met gebruik van grafische verwerking in Excel en Powerpoint eigen toeristisch gedrag
- plaatsen binnen de typologie van de toerist om een kritische kijk te ontwikkelen op de verschillende soorten toerisme;
- als synthese toeristisch geografische modellen gebruiken om toeristische activiteiten te beschrijven en te verklaren.
Bevolkingsgeografie:
- de bevolkingsspreiding op aarde verklaren vanuit fyische en socio-economische factoren om demografisch-geografische wereldbeeld op te bouwen via kaarten en grafieken de evolutie van de wereldbevolking onderzoeken en verklaren om de grote demografische vraagstukken te begrijpen;
- de landen van de wereld typeren met gebruik van het demografische transitiemodel om een geografische wereldbeeld op te bouwen;
- het verband leggen tussen bevolkingshistogrammen en het demografische evolutiemodel om bevolkingsprognoses te kunnen maken;
- de huidige cultuur- en bevolkingsspreiding op wereldvlak verklaren vanuit migratietheorieën om de huidige diversiteit te duiden.
Stadsgeografie:
- de principes van het model van Christaller aanwenden om de lokalisatie en de ontwikkeling van steden te verklaren om aldus nieuwe stedelijke ontwikkelingen te voorspellen;
- de hiërarchie van wereldsteden in relatie brengen met de onderlinge linken tussen steden om het belang van die steden te begrijpen;
- op stadsexcursie modellen van interne stadsdifferentiatie aanwenden om de hedendaagse stadsstructuur te onderzoeken.
Welvaartsgeografie:
- de welvaartsverdeling op aarde verklaren vanuit de geschiedenis van de economische systemen en theoretische concepten om determinisme hieromtrent te ontkrachten.
Culturele geografie:
- een visie ontwikkelen op de spreiding van culturen via het model van Hägerstrand om culturele factoren meer aan te wenden in het verklaren van cultuurlandschappen;
- de kosmografische wortels van onze cultuur herkennen in de jaarkalender, het cultuurlandschap en de symbolen in het landelijk landschap;
- aantonen hoe men vanuit de geografie van de wereldgodsdiensten waarden en normen kan relativeren.
2. De leraar als organisator
- Uitgaande van aan de leerinhouden gelinkte verwerkingsopdrachten en zelf verzamelde geografisch relevante gebeurtenissen uit de actualiteit reflecteren op de vakinhoud vanuit vanuit de paradigma's van het vak.
- De technische mogelijkheden van Google Earth functioneel gebruiken bij de voorstelling van een geografisch relevante gebeurtenis uit de actualiteit.
- Een realistische planning uitwerken om aldus een meervoudige vakinhoudelijke opdracht tot een goed einde te brengen binnen een opgegeven deadline.
3. De leraar als onderzoeker/innovator
- Concrete voorbeelden van landbouwsystemen op aarde via hun typische kenmerken via Google StreetView lokaliseren ten einde een thematische kaart van de landbouwsystemen op aarde te construeren.
- Met Excel correlaties tussen verschillende variabelen voorstellen en interpreteren om relaties tussen industrialisering en maatschappelijke evolutie te verduidelijken.
- Uitgaande van toeristische brochures een typlologie opmaken van landen met gebruik van grafische verwerking in Excel, PowerPoint.
- De technische mogelijkheden van Google Earth functioneel gebruiken bij de voorstelling van een geografisch relevante gebeurtenis uit de actualiteit.
4. De leraar als lid van een schoolteam
- Een realistische planning uitwerken om aldus een meervoudige vakinhoudelijke opdracht tot een goed einde te brengen binnen een opgegeven deadline.
Bij elk van bovenstaande doelstellingen moet de student een correcte vakterminologie hanteren. Bij taken is er ook de talige doelstelling om een gepaste, begrijpelijke, aantrekkelijke en correcte schriftelijke en mondelinge taal te hanteren.
Beoordelingscriteria
De verschillende competentiegerichte doelen worden beoordeeld via opdrachten (zie werkstukken) en vraagstelling (examens) waarin de student aantoont dat hij/zij de inhoud en vaardigheden zelfstandig en in wisselende situaties met- inbegrip van de geïntegreerde leerlijnen - met toenemende complexiteit kan toepassen door voor
1 de leerkracht als inhoudelijk expert.
- voor landbouwgeografie.
A. De factoren die temperatuur en neerslag op aarde bepalen te linken aan klimatologische teeltgrenzen om van daaruit zowel historische als actuele gebeurtenissen i.v.m. landbouw te verklaren.
B. De invloed van gemorfologische factoren op het landbouwlandschap te herkennen en de invloed van de landbouw als reliëfvormende factor te beschrijven en te verklaren.
C. Met kaartanalyse de verschillende landbouwgewassen te herkennen en vanuit de waarneming van de kenmerken de link te leggen met hun herkomst uit de vegetatiezones.
D. Na te gaan hoe technische aspecten van landbouw het uitzicht van het landbouwlandschap mede bepalen en oplossingen bieden voor de uitdagingen van de natuur.
E. De principes van het model van Van Thünen aan te wenden om al te fysische deterministische verklaringen van agrarisch bodemgebruik te weerleggen.
F. Als synthese de wereldlandbouwregio’s op een ontwikkelingsas te kunnen plaatsen om een mentale wereldkaart van de landbouw op te bouwen.
- voor industriegeografie.
A. Na te gaan hoe technische aspecten van de industrie de lokalisatie van typische industrietakken verklaren en via toepassingen de huidige (de)lokalisaties duiden.
B. Principes vanuit de verschillende lokalisatietheorieën aan te wenden om de standplaats van een industriële activiteit te voorspellen of te verklaren.
C. De veranderingen in economische en industriële processen aan te wenden om de verschuivingen in lokalisatie van de industrie te verklaren.
D. De beeldvorming over industrie te nuanceren vanuit de huidige kenmerken van de netwerkeconomie, flexibele werkwijzen en globalisering.
E. Als synthese de wereldindustriegebieden op een ontwikkelingsas te kunnen plaatsen om een mentale wereldkaart van de landbouw op te bouwen met exceltoepassingen, correlaties tussen verschillende variabelen voor te stellen en te interpreteren om relaties tussen industrialisering en maatschappelijk evolutie te verduidelijken.
F. Grafische voorstellingen maken om ideale transportroutes te ontwerpen in diverse geografische omstandigheden.
- voor toeristische geografie.
A. Via grafieken uit het jaarlijks WTO-rapport de grote tendensen van het wereldtoerisme te beschrijven en beïnvloedende factoren te ontdekken.
B. Uitgaande van toeristische brochures een typologie op te maken van landen met gebruik van grafische verwerking in Excel en Powerpoint.
C. Eigen toeristisch gedrag te plaatsen binnen de typologie van de toerist om een kritische kijk te ontwikkelen op de verschillende soorten toerisme.
D. Als synthese toeristisch geografische modellen te gebruiken om toeristische activiteiten te beschrijven en te verklaren.
- voor bevolkingsgeografie.
A. De bevolkingsspreiding op aarde te verklaren vanuit fyische en socio-economische factoren om demografisch-geografische wereldbeeld op te bouwen.
B. Via kaarten en grafieken de evolutie van de wereldbevolking te onderzoeken en te verklaren om de grote demografische vraagstukken te begrijpen.
C. De landen van de wereld te typeren met gebruik van het demografische transitiemodel om een geografische wereldbeeld op te bouwen.
D. Het verband te leggen tussen bevolkingshistogrammen en het demografische evolutiemodel om bevolkingsprognoses te kunnen maken.
E. De huidige cultuur- en bevolkingsspreiding op wereldvlak te verklaren vanuit migratietheorieën om de huidige diversiteit te duiden.
- voor stadsgeografie.
A. De principes van het model van Christaller aan te wenden om de lokalisatie en de ontwikkeling van steden te verklaren om aldus nieuwe stedelijke ontwikkelingen te voorspellen.
B. De hiërarchie van wereldsteden in relatie te brengen met de onderlinge linken tussen steden om het belang van die steden te begrijpen om op stadsexcursie modellen van interne stadsdifferentiatie aan te wenden om de hedendaagse stadsstructuur te onderzoeken.
-voor welvaartsgeografie.
A. De welvaartsverdeling op aarde te verklaren vanuit de geschiedenis van de economische systemen en theoretische concepten om determinisme hieromtrent te ontkrachten.
-voor culturele geografie
A. een visie te ontwikkelen op de spreiding van culturen via het model van Hägerstrand om culturele factoren meer aan te wenden in het verklaren van cultuurlandschappen.
B. De kosmografische wortels van onze cultuur te herkennen in de jaarkalender, het cultuurlandschap en de symbolen in het landelijk landschap.
C. Aan te tonen hoe men vanuit de geografie van de wereldgodsdiensten waarden en normen kan relativeren.
- Uitgaande van aan de leerinhouden gelinkte naverwerkingsopdrachten te reflecteren op de vakinhoud vanuit de paradigma's van het vak.
- De technische mogelijkheden van Google Earth functioneel te gebruiken bij de voorstelling van een geografisch relevante gebeurtenis uit de actualiteit.
2. De leraar als organisator.
A. Uitgaande van aan de leerinhouden gelinkte naverwerkingsopdrachten te reflecteren op de vakinhoud vanuit de paradigma's van het vak.
B. De technische mogelijkheden van Google Earth functioneel te gebruiken bij de voorstelling van een geografisch relevante gebeurtenis uit de actualiteit.
C. Een realistische planning uit te werken om aldus een meervoudige vakinhoudelijke opdracht tot een goed einde te brengen binnen een opgegeven deadline.
3 De leraar als onderzoeker/innovator.
A. Concrete voorbeelden van landbouwsystemen op aarde via hun typische kenmerken via Google StreetView te lokaliseren ten einde een thematische kaart van de landbouwsystemen op aarde te construeren.
B. Met exceltoepassingen correlaties tussen verschillende variabelen voor te stellen en te interpreteren om relaties tussen industrialisering en maatschappelijke evolutie te verduidelijken.
C. Uitgaande van toeristische brochures een typologie op te maken van landen met gebruik van grafische verwerking in Excel, PowerPoint
D. De technische mogelijkheden van Google Earth functioneel te gebruiken bij de voorstelling van een geografisch relevante gebeurtenis uit de actualiteit.
4. De leraar als lid van een schoolteam.
Een realistische planning uit te werken om aldus een meervoudige vakinhoudelijke opdracht tot een goed einde te brengen binnen een opgegeven deadline.
Omschrijving Inhoud
1. Landbouwgeografie
- De factoren van temperatuur en neerslag op aarde in relatie met de klimatologische teeltgrenzen.
- De invloed van geomorfologische factoren op het landbouwlandschap en de invloed van de landbouw als reliëfvormende factor.
- De verschillende landbouwgewassen in relatie met de kenmerken en hun herkomst uit de terrestrische biomen.
- Technische aspecten van landbouw en het uitzicht van het landbouwlandschap.
- De principes van het model van Von Thünen.
- Synthese: de wereldlandbouwregio’s op ontwikkelingsas.
2. Industriegeografie
- Technische aspecten van de industrie in relatie met de lokalisatie van typische industrietakken.
- Principes vanuit de verschillende lokalisatietheorieën.
- De veranderingen in economische en industriële processen in relatie met de verschuivingen in lokalisatie van de industrie.
- De beeldvorming over industrie vanuit de huidige kenmerken van netwerkeconomie, flexibele werkwijzen en globalisering.
- Synthese de wereldindustriegebieden op ontwikkelingsassen.
3. Toeristische geografie
- De grote tendensen van het jaarlijks WTO-rapport.
- Typologie van toeristische regio's, toeristen en soorten toerisme.
- Synthese met toeristisch geografische modellen.
4. Bevolkingsgeografie
- De bevolkingsspreiding op aarde in relatie met socio-economische factoren.
- De evolutie van de wereldbevolking.
- Typologie van de landen van de wereld volgens het demografische transitiemodel.
- Het verband leggen tussen bevolkingshistogrammen en het demografische evolutiemodel.
- De migratietheorieën.
5. Stadsgeografie
- De principes van het model van Christaller en de hiërarchie van steden.
- De hiërarchie van wereldsteden.
- Modellen van interne stadsdifferentiatie.
6. Welvaartsgeografie
- De welvaartsverdeling op aarde.
7. Culturele geografie
- Integratie van alle onderdelen uit de vakstudie in dit thema.
- De spreiding van culturen via het model van Hägerstrand.
- De kosmografische wortels van onze cultuur.
- De geografie van de wereldgodsdiensten.
8. Vaksoftware: Google Earth
Omschrijving Studiematerialen (lijst)

Boeken
De Boeck atlasVerplicht- Auteur: De Maeyer, P., Daenekint, D., Merchiers, J., Paternoster, J. & Tibau, G.
- Uitgever: De Boeck
- Editie: 2024
- ISBN-nr: 978-94-647-0629-1
- Medium: Papier
Te koop via de verkoopdienst
In voorraad

Cursusteksten
Aardrijkskunde vakstudie 3Verplicht- Auteur: Coppenholle, J. & Vandenbroele, L.
- Uitgever: Gent: Arteveldehogeschool
Te koop via de verkoopdienst
In voorraad
Omschrijving Onderwijsorganisatie (lijst)
Omschrijving Onderwijsorganisatie (tekst)
Dit blended onderwijsonderdeel bestaat uit contactonderwijs, opdrachten en zelfstudie en dit in een doordachte combinatie van on-en offline leeractiviteiten. Als student in een afstandstraject is engagement, zelfstandigheid en de nodige inspanning een evidente vereiste om het verwachte beheersingsniveau van de leerinhouden te bereiken.
Raadpleeg de studiewijzer voor meer details over de onderwijsorganisatie en onderwijswerkvormen in dit opleidingsonderdeel.
De onderwijs- en evaluatie-organisatie zal verlopen zoals op deze ECTS-fiche is vermeld, tenzij maatregelen moeten genomen worden ten gevolge van een overmachtssituatie en zodoende er andere onderwijs- en evaluatievormen zullen gehanteerd worden.
Omschrijving Evaluatie (lijst)
Evaluatie(s) voor de eerste examenkans
| Moment | Vorm | % | Opmerking |
| eerste examenperiode binnen examenrooster | Schriftelijk | 80,00 | |
| eerste examenperiode buiten examenrooster | Werkstuk | 20,00 | |
Evaluatie(s) voor de tweede examenkans
| Moment | Vorm | % | Opmerking |
| derde examenperiode binnen examenrooster | Schriftelijk | 80,00 | |
| derde examenperiode binnen examenrooster | Werkstuk | 20,00 | |
Omschrijving Evaluatie (tekst)
Raadpleeg de studiewijzer voor meer details over de evaluatie en andere afspraken in dit opleidingsonderdeel.
Wie de deadline voor het inleveren van een opdracht overschrijdt, verliest het recht om de taak in te leveren en kan dus niet worden gequoteerd. Enkel studenten die gewettigd afwezig zijn, hebben het recht op een nieuwe inleverdatum.