OLR1-E8 De student verkent vakspecifieke digitale werkvormen en media.
* De student gebruikt (digitale) hulpmiddelen zoals woordenboek, uitspraakwoordenboek, ...
OLR3-E1 De student beheerst de domeinspecifieke, vakinhoudelijke en vakdidactische expertise.
* De student beheerst de vakinhoudelijke kennis in functie van mondelinge en schriftelijke taalvaardigheid.
* De student heeft aandacht voor correcte uitspraak en intonatie.
* De student beheerst de woordenschat en spelling (intermediair niveau): woordenlijsten, semantische velden, taalregisters, functioneel gebruik van de woordenschat (transfer, toepassingen en creatief taalgebruik).
* De student beheerst de basis van literatuurstudie: overzicht van de belangrijkste literaire stromingen en auteurs uit de 19de eeuw aan de hand van representatieve teksten en lectuur.
* De student beheerst de Franse taal en cultuur: diverse onderwerpen komen aan bod, vb. la gastronomie, les moyens de transport, les sports, le travail et l'argent.
OLR3-E2 De student beheerst de correcte vakterminologie.
* De student beheerst de vak- en vakdidactische terminologie: la didactique du fle et le lexique de la classe de fle.
OLR3-E4 De student hanteert relevante ICT-toepassingen (vakspecifiek, gebaseerd op ICT-eindtermen, ...).
* De student is vlot in het gebruik van digitale handboeken.
OLR5-E4 De student beoordeelt de relevantie, bruikbaarheid en kwaliteit van informatie.
* De student leert kritisch omgaan met lesmateriaal: une approche raisonnée des méthodes et du matériel didactique.
OLR10-E1 De student informeert zich gericht over actuele maatschappelijke thema's en ontwikkelingen.
* De student leest en verwerkt teksten in de doeltaal over maatschappelijke thema's.
OLR10-E3 De student verkent zijn verantwoordelijkheid als leraar bij het nastreven van duurzame ontwikkeling.
* De student leest en verwerkt teksten in de doeltaal met als onderwerp duurzame ontwikkeling, hij reflecteert hieromtrent en gaat met anderen debatteren.